We zijn bijna alweer januari door. Mijn minst favoriete maand. Vanaf hier kan het alleen maar beter worden, toch? Ik heb al een tijdje niet meer geschreven, woorden schoten tekort en ik houd er niet van om in de herhaling te vallen. Nieuwe poging…
Het nodige staat gepland: allereerst een overleg met alle betrokken hulpverleners om te kijken of de neuzen dezelfde kant op wijzen. Ik ben daar ook bij, maar ik weet niet zo goed wat ik daarvan vind. Begrijp me niet verkeerd; ik juich eigen regie toe en ben groot voorstander van het betrekken van de cliënt/patiënt bij een zorgoverleg. Het gaat tenslotte over je eigen leven. Daarentegen heb je niet de -professionele- kennis in pacht om te komen met alle alternatieve opties of EBP-mogelijkheden. Enkel vragen aan de cliënt/patiënt wat hij/zij/hen wil, lijkt mij daarom ook geen juiste ontwikkeling. Een beetje van beide is het meest optimaal.
Natuurlijk zou ik Elleke niet zijn, als ik alles niet compleet overdacht en doordacht heb. En ik heb het daarbij ook voor elkaar mezelf weer helemaal vast te denken. Wat wil ik inbrengen? Wat verlang ik? Wat is mijn vraag? Concreet?! Ja, ik wil mij beter voelen. Ik wil meer dan driekwart van de dag uitgeput op de bank te liggen (Leuke bijwerking van de medicatieophoging die ik heb gehad, maar daar kom ik later op terug). Ik wil weer het idee hebben dat ik controle heb over mijn leven. Ik wil weer meedraaien in de maatschappij. Op mijn eigen voorwaarden dit keer. Ik weet alleen oprecht niet meer wat ik moet proberen, dat nog niet geprobeerd is. Het lijkt alsof mijn lichaam niet wil accepteren wat mijn hoofd het probeert duidelijk te maken, en andersom. Een ogenschijnlijk permanente strijd. Hoe accepteer ik dat?
Daarnaast is er een beginnend gesprek over het vervolg van mijn trauma therapie. 3 Maand heeft de verplichte rustperiode geduurd. Een periode waarin ik hopelijk wat meer tot rust zou komen van het getrek en gepor van de traumabehandeling. Ik weet niet of ik het als rust zou beschouwen. Velen zeggen goedbedoeld; “Pak je rust maar Ell, neem de tijd.”
Ik snap dat het vreemd of ongemakkelijk kan zijn om iemand in psychische nood wat toe te wensen, helemaal als het fenomeen zo ver van iemand af staat. Moet ik niet gewoon enkel wat positiever zijn? Ik ben al ontzettend blij dat er nog mensen zijn die vragen hoe het gaat, zonder meteen af te haken als het antwoord wat anders is dan ‘goed’. Ik wil zo graag een keer zeggen dat het goed gaat! Het zou me niets moeten doen, maar ik zo bang dat mensen mij wegzetten als ‘die psychisch gestoorde gek’ waar je verre van wilt blijven. Mijn eigen projectie. Mijn foute denkbeeld.
Daarnaast is ‘rust pakken’ zo simpel nog niet; ik kan niet aan mijn hoofd ontsnappen die innerlijk blijft krijsen en schreeuwen. Het feit dat ik dan in stilte ga zitten, legt er miss alleen nog maar meer de nadruk op. Daar valt weinig te ontspannen. De rest van de wereld raast verder om mij heen, iedereen is druk, en ik staar naar mijn buns, en mijn huiswerk, waar ik de concentratie nauwelijks voor heb. Ik ben benieuwd of de nieuwe therapie dan wel zoden aan de dijk zet. Het is vaak lastig de moed niet compleet te verliezen.
Zonder zaken onnodig dramatisch neer te willen zetten, is mijn medicatie omhooggegaan; mijn hoofd en lichaam stonden in een haast permanente stressmodus na de feestdagen. Ik zal jullie de gedachten op zwart-wit besparen; ik denk dat dan ik meteen op een gesloten afdeling zou worden gedropt. De schaamte die ik voel bij dat idee, houd mij als een van de weinige gevoelens weg bij die afgrond. Ik dans nog altijd op het scherp van de snede. Ik weet nog altijd niet waarom…
Voor nu betekent het in ieder geval dat ik als een soort oververmoeide robot de dagen doorkom. Ik klink helderder en meer open voor de omgeving. Dat is fijn. Maar dingen raken mij dus ook niet echt meer. De negatieve pieken vlakken af, de positieve ook. En ik lig op de bank. Na 12 uur slaap, ontbijt en een paar uur bijkomen op de bank, is douchen alsnog te veel gevraagd. Ik heb er al genoeg tranen om gelaten, dus ik accepteer het een soort van stilzwijgend. “Het is tijdelijk Ell, ook dit gaat voorbij.”
Dan rest mij enkel nog de start van een werk-traject. Ik wil het graag zien als een kans; al word ik overspoeld door onzekerheid en de angst in een hokje weggestopt te worden als ‘de rigide autist’ die ze allemaal niet op een rijtje heeft. De vooroordelen raken mij nog steeds. Ik vertrouw mijn lichaam en hoofd niet bepaald; hoe maakt mij dat dan aantrekkelijk voor een werkgever? Nou ja, ik kan het ook niet overzien. Daar is zo’n begeleider natuurlijk voor. Hopelijk kijken ze verder dan mijn kwetsbaarheid en ziekzijn. Hopelijk krijg ik de kans om op zo’n plek eindelijk tot mijn recht te komen. Hopelijk voel ik dat dan voor de verandering ook. Mezelf te zijn.
Maar wie ben ik dan? Ik ben mezelf al meer dan 2 jaar volledig kwijt. De periodes daarvoor was ik een groot deel van de tijd aan het maskeren en spiegelen. Wat blijft er dan van mij over? Van mijn kern? Zijn mijn maskers onderdeel van mij of juist niet? Wat is voorgoed verdwenen en welke vaardigheden keren weer terug? En in hoeverre? Hoe krijg ik de controle terug over mijn eigen leven?
Ook al komt het er tegenwoordig slecht uit en is bij mij de donkere zijde van mijn leven momenteel overheersend, ik weet dat er nog een lichte kant is. Kleur. Weliswaar sluimerend en vol littekens, maar desondanks aanwezig. Ik mis haar. Ik ben doodsbang dat ik haar wellicht nooit meer ga vinden. Dat ik een lege schaduw blijf. Ik mis mezelf...
Ik blijf zoeken.