De buns hebben een nieuw speeltje; een balletje met 1 gaatje, waar je voer of snoepjes in kan doen. Go kringloop! Door mij zijn ze verplicht verslaafd haha. Geen voer meer in de bak in de ochtend; beestjes helemaal in de war. Treffen ze hun bal eenmaal aan op het kleed, wordt er tot laat in de middag fanatiek achteraan gezeten.

Als ik niet moet helpen de bal onder de kast te halen, zodat ze weer verder kunnen snaaien, lig ik veelal op de bank naar ze te staren. Het lijstje van wat ik nu allemaal had kunnen doen, ratelt genadeloos door. Van huishoudelijke taken, naar huiswerk, naar sporten, naar afspreken. Ik weet niet goed hoe ik het anders moet omschrijven dan dat het mij overweldigd, elke dag opnieuw. Ik zit vast in de routines van het leven.

Image

Tegenwoordig ben ik aan een versnelde af- en opbouw van oude en nieuwe medicatie. Wat betekent dat? Precies. Bijwerkingen. Ik was er dit weekend wéér ziek van. Ik merk dat het mij eigenlijk niet eens meer zo frustreert… Ik kan er een heel drama van maken, maar het is wat het is. De enige fout die ik misschien maak, is door van mezelf te verwachten dat ik mijn slakjes tempo kan handhaven. Nee, Ell, je moet deze 3 weken even nog langzamer. Slakje Senior.

De banden die ik altijd zo krampachtig in stand hield beginnen te verzwakken. De discipline is weg. Medicatie? Murw? Ik weet het niet. Het maakt ook niet zoveel meer uit. Ergens is het wel prettig dat ik mezelf niet afbrand als ik iets met plastic koop. Of wanneer ik met de auto ga i.p.v. de trein. Het kost te veel moeite om daar ook nog rekening mee te houden. Verraad ik mezelf? Of verander ik door de jaren?

De supermarkt blijft hoe dan ook stressvol; is het niet door de keuzestress, dan is het wel de overweldigende hoeveelheid prikkels, of het besef dat deze handeling repetitief is zolang ik leef. Alle drie vermoeiend. Ik kijk uit naar het moment dat ik weer naar huis kan. Iets minder chaos. Iets meer rust.

Ik merk dat als ik naar buiten ga, de relatieve schijnveiligheid van mijn huisje en buns -mijn bubbel- dan wegvalt. Doordat mijn lichaam en hoofd nog steeds allerlei alarmsignalen afsturen -waarvan ik meestal geen idee heb wat ik er mee moet, of niet-, schiet ik vrijwel meteen in een extra stressmodus. Het maakt niet uit waar ik naartoe ga. Het maakt me verschrikkelijk onzeker. Ik zal er elke dag doorheen moeten als ik wat wil. Blijkbaar zijn autisme en levensstress een ding…

Het klinkt misschien gek, maar wat het ook lastig maakt om naar buiten te gaan, is de realiteit waarin ik mij dan weer bevind. Binnen kan ik dromen en opgaan in de fantasie van mijzelf, muziek of boeken. Dan kan ik vluchten naar de vriend die ik in mijn kindertijd al heb gecreëerd. Hij is met mij meegegroeid. Iemand aan wie ik nooit hoef uit te leggen of te verdedigen wie ik ben. Met hem overdenk ik ’s avonds vaak de dag. Soms staat hij achter mij in stressvolle situaties. Even waan ik mij niet meer alleen. Daarmee kan ik soms ontsnappen aan de werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin ik mij zelden echt prettig in heb gevoeld. Een waarin ik tekort blijf schieten naar anderen, naar de maatschappij, maar vooral naar mezelf.

Neem nou bijvoorbeeld het werktraject waar ik nu mee ben begonnen. Beide keren dat ik daar was, voelde ik daadwerkelijk een spark van enthousiasme; eindelijk gaat er wat gebeuren! Eindelijk verandering! Mijn leven staat op het punt weer nut en zin te krijgen! Even raast mijn hoofd op volle toeren betreft ideeën en ligt de wereld dan toch aan mijn voeten; ik kan alle kanten op!

Dan kickt de realiteit in. Het gros van de wegen die ik zou willen volgen, lopen via een studie. Dat ik wat ik althans kan vinden via internet. Een van de redenen dat ik mijn studie VPK aandurfde, was dat ik in dezelfde stad als de Hogeschool woon. Minder randvoorwaarden. Minder energie verloren. Zoveel andere interessante studies vereisen reistijd.

Nou is het doel van zo’n werktraject dat iemand me in die zoektocht ondersteunt; er leiden tenslotte vele wegen naar Rome. Dat moet de focus zijn. Klein beginnen. Stap voor stap. Opnieuw opbouwen. Niet vergelijken. Je bent nog steeds ziek, Ell, dus de lat mag lager. Het is je depressie die praat. Maar wat moet ik dan geloven als mijn eigen gedachten onbetrouwbaar blijken?

Wat is het moeilijk om na zoveel jaar nog steeds met de dag te leven. Wat is het frustrerend de meeste kinderdromen te moeten afdoen als utopie. Ik rouw om wat had kunnen zijn, maar vrijwel niet haalbaar is. Ik rouw omdat ik anders ben, hoe graag ik in de mal van de maatschappij zou willen passen. Ik hoor nog altijd nergens bij. Mijn realiteit.