Vandaag is het surrogaat koningsdag; een dag eerder dan de gebruikelijke 27 april, want zondag. De zonnige voorspelling klopt, na een twijfelachtige start, dubbel en dwars. Vrijwel iedereen die ik zie, heeft een hint oranje in de kleding. Ook ik had mijn oranje shirt weer opgeduikeld en een oranje bloem in mijn haar.
Met vriendinnen had ik last minute afgesproken om toch samen weer tompouce te eten; die extreem geslaagde variant van de banketbakker uit de binnenstad. Ik vond het fijn om even als een “normaal” persoon af te spreken, en wat het mij ook zou kosten aan energie, ik ging niet afzeggen. Miss kon ik zelfs daarna nog even naar de kleedjesmarkt, altijd leuk om daar rond te neuzen!
De ochtend liep allemaal wat moeizamer, want ik was gister net teruggekomen van een weekje Opaalkust in Frankrijk. Helaas zit ik nog lang niet op het punt om weer ongeschonden te kunnen reizen. Incasseren dan maar. Het voelt dan alsof ik in een soort mist zit en elke spier harder z'n best moet doen. Het was maar goed dat ik niet naar bootcamp kon vanwege de afspraak, anders was ik eigenwijs wss toch gegaan. Ook dan voel ik mij vaak even verbonden met de mensen om mij heen. Maar goed, het vreet wel energie.
Vlak voordat ik wilde vertrekken, sloeg de duizeligheid ineens toe. Wat was dit nou weer?! Kreeg ik nou een paniekaanval? Ik deed toch rustig aan? Laat me alsjeblieft niet in de steek lichaam! Heel stil bleef ik op de bank zitten; hopelijk trok het snel weg. Rustig ademen. Ik was extreem blij iemand anders te hebben gevraagd voor het halen van de tompouces. Vragen kost mij nog altijd moeite, maar het lukt steeds beter :)
Ik had geluk; 10 minuutjes later kon ik toch vertrekken. Wat was het leuk iedereen weer te zien! Maar pff, wel veel. Kleintje erbij. Ik merkte dat ik de gesprekken wat minder begon te volgen. Moest ik dan nu naar huis? Maar ik wilde helemaal niet weg! Dan maar stil luisteren en genieten van de leuke verhalen van anderen. Genieten van verhalen over het “normale” leven. Ik had zin om te huilen. Ik moest lachen om de kleine. Zo grillig.
Kleedjesmarkt ging ‘m niet meer worden. Jammer. Ik durfde het niet aan. Zelfs niet met mijn zonnebril en koptelefoon. Een aantal zouden miss nog afspreken in het park. Gezellig! Ik wil ook! Ik wilde het maximale uit deze dag halen!
Het voelde onrealistisch. Ik was zo moe. Ik merkte dat mijn hoofd weer verzandde in details. Dat hobby’s weer als bergen voelden, waarin ik niet wist waar te beginnen. Dat ik bladzijdes uit mijn boek meerdere keren moest overlezen, doordat ik de focus niet kon behouden. Wat vond ik het moeilijk niet in huilen uit te barsten. Weer een dag voorbij, terwijl de dag nog maar halverwege was. Ga ik ooit nog uit deze autistische burn-out raken? Moest ik nu iemand om hulp vragen? En wat was de vraag dan? Ik heb het dit keer gelaten. Ik zou mij niet eens kunnen concentreren op het gesprek. Mijn buns lagen te snoozen in de zon.
Miss kan ik volgend jaar tompouce eten met vriendinnen zonder een rekening. Miss kan ik volgend jaar weer naar de kleedjesmarkt. Miss kan ik volgend jaar genieten van de muziek in het park. Miss voel ik mij volgend jaar weer wat normaler. Miss voelt mijn hoop dan weer realistisch.