Een kleine opleving. Is het de zon? De temperatuur? De fluitende vogels? De nieuwe medicatie die eindelijk werkt? Traumatherapie waarvan het effect doordringt? Het -tijdelijk- stopzetten van de gesprekken? Mijn beslissing om naar Zweden -OH MY GOODNESS!!!- te gaan? Een combinatie hiervan? Zeer waarschijnlijk. Gaat het dan goed? Groot woord. Veel lading ook. Het begin van het eind?
Allereest is de zon iets waar de meeste mensen naar snakken na de donkere, kille maanden. De term “winterdepressie” is er niet voor niets. Ik twijfel er niet aan dat ik er ook zo’n een ben, wie daar gevoelig voor is. Wat heerlijk om te wandelen buiten. Zonder jas, de zachte temperatuur, de zon op mijn gezicht, met de juiste muziek die door mijn koptelefoon kabbelt, de fysieke inspanning in mijn benen voelend, de geur van zonnebrand vermengd met frisse lentearoma’s. De eerste knoppen in de bomen dienen zich aan en de bolletjes schieten de grond uit. Was het weer altijd maar zo…
Wat ben ik dankbaar dat ik die gevoelens nog ervaren kan, al is het zo kort. Er zijn maanden voorbijgegaan zonder dat gevoel. Veel mensen lopen langs mij heen, gehaast, of geplakt aan hun telefoon. En ik kan niet anders dan mijn hoofd in mijn nek gooien, met geheven armen, dit gevoel opzuigend als een uitgedroogde spons. De spaarzame vreemde blikken die ik krijg, kunnen me gestolen worden. Kijk om je heen!! Ik leef!
Het beangstigt mij tegelijkertijd, en -zoals miss wel duidelijk is geworden- ik ben geen held in het ervaren van 2 uiteenlopende gevoelens op hetzelfde moment. Theoretisch gezien weet ik dat het kan en mag bestaan; dat iedereen dat kan ervaren in verschillende situaties. Mijn autistische breen heeft hier gewoon moeite mee. Wat maakt mij dat dan op dat moment? Blij of angstig? Wat ook meteen door mij heen schiet zijn de antwoorden die anderen op dit moment zouden geven: ‘Accepteer het, Ell, geniet van het moment.’
Dat klopt ook. Maar zo werkt mijn hoofd dus niet, hoe graag ik dat ook wil. Ergens ben ik nog steeds in die flight modus, die mij instrueert alert te zijn op gevaar. Of in mijn geval, het moment voelen aankomen dat mijn stemming weer omslaat. De meest random gebeurtenis kan dat triggeren, en gevoelsmatig heb ik daar geen invloed op. Daarom voelt vrijwel alles aan als een potentiële bron die al het positieve van de dag kan doen verdwijnen als een lamp die uitgaat. Ik creëer angst voor de angst.
Is het de depressie die mijn hoofd zit te fucken? De cortisol die nog altijd door mijn lichaam raast? De autistische burn-out die alle energie opvreet die ik nodig heb om mijzelf en mijn stemming te handhaven? Maar waarom ervaar ik nu ineens geluksmomentjes? Mijn sceptische analyticus zoekt naarstig naar een hele grote adder.
Natuurlijk is een hele grote positieve aanjager het idee dat ik ein-de-lijk naar Zweden ga!! Een droom van jaren die uitkomt. Ik ben euforisch! Ik ben panisch! Ik kan wel janken, geen idee door welke emotie dat wordt veroorzaakt. Het voelt als een draadje waar ik mijn leven wanhopig aan vastklamp. Ik leef nog.
Ik heb wel eens eerder verteld dat voorpret niet per se iets is waar ik bekend mee ben. Er is zoveel te regelen en plannen! Zoveel nog te doen… Het komt goed, dat weet ik wel, maar ik moet het alsnog wel gewoon fiksen. Het zijn beren die steeds voorbijfietsen; die even een twijfelachtige tik uitdelen met de vraag of ik er wel goed aan doe. Kan ik mijn woord waarmaken? Ben ik stabiel genoeg? Kan ik flexibel genoeg omgaan met uitdagingen? Slaat de heimwee niet weer toe? Ik weet dat ik nooit aan mijn hoofd zal kunnen ontsnappen, hoe ver ik ook trek.
Het klinkt miss enigszins verknipt, maar wat voor nu een hele troostende gedachte is, is dat niemand het zwaarder voor mij kan maken dan ikzelf. Niemand kan mij zo veel pijn doen als ik mezelf heb gepijnigd. Ik durf wel te zeggen dat ik in mijn leven de bodem meerdere keren heb bereikt. Onvrijwillig, maar toch. En anders weet ik dit theoretisch gezien ook wel, maar nu dringt het gewoon even echt door. Op dit moment voel ik het ook echt zo.
Al met al voelt het erg verwarrend. Ik heb van veel mensen even extra afstand genomen, en ben nog vaak alleen. Er zit nog veel frustratie betreft het vinden van een juiste werkplek in een maatschappij waar ik niet pas. Ik baal ervan dat ik over de “standaard” onderwerpen nog altijd niet kan meepraten. Mijn executieve functies laten het snel afweten. Ik heb nog steeds last van de bijwerkingen van de nieuwe medicatie. Ik ben nog steeds depressief en heb een autistische burn-out. De dagen zijn ontzettend grillig. Mijn autisme verdwijnt nooit. Ik ben nog altijd een outsider.
Daarentegen heb ik een aantal zeer interessante gesprekken gevoerd en heb ik allerlei activiteiten op de planning. Gesprekken waarin ik wel wist wat te zeggen. Activiteiten die ik wel echt leuk vind. Daarnaast valt het meerdere medesporters op dat ik wel heel snel ben opeens, bijna zoals mijn oude niveau. Ik was al die keren redelijk mijzelf. Dat voelt goed. Dat kan nog. Bijna durf ik te hopen.