Heen en weer, emoties als messen,
Euforisch of juist veel te pijnlijke lessen,
Fysiek fit, mentaal vaak nog een grote chaos,
Laat die grilligheid mij ooit los?
Angst voor de wereld als een zinderde bol in mij,
Wanneer is mijn geest van die strijd vrij?
Mocht de vredige stilte mij ooit verwarmen,
Mijn diepste gebrokenheid omarmen,
Nachtmerries die mij niet meer najagen,
En ik een fundament bouw die mijn ziel kan dragen.
Alleen maar niet langer eenzaam,
Niet meer enkel passief, maar het leven zelf bekwaam.
Acceptatie, meegaand op het tij van eb en vloed,
Na de storm golft de kalmte mij nog elke keer tegemoet.
Geluksmomentjes, als speldenknoppen,
Ik hoef mij duistere kant niet meer te verstoppen.
Geen taboe op wie ik ben of wat ik deel,
Alle facetten van mijn persoonlijkheid tonen eindelijk een geheel.
9 maart 2026