Iets waar ik -zolang ik mij kan herinneren- al mee bezig ben, is voorkomen dat ik “verkeerd” overkom. Je kan je meteen afvragen wat dan mijn kaders zijn, die deze term omvatten.
Ik denk dat voor mij vooral gold dat ik zo min mogelijk moest opvallen, erbij moest proberen te horen, het maximale uit mijn kunnen moest halen, geen oude koeien uit de sloot moest halen -of het voor mij nou kalfjes waren of niet- en mij volwassen en zo ideologisch mogelijk moest gedragen. Geen hypocrisie; ik haatte dat bij anderen, dus daar moest ik verre van blijven. Niet alleen in mijn gedrag en omgang met anderen, maar ook in mijn hoofd; mijn gedachten, redenaties en eigenlijk de hele mindset… Best veel moetjes. Au.
Het zal niet heel moeilijk zijn, te bedenken dat die instelling volledig onhoudbaar is op enige termijn. Go spiegelen en maskeren! Achteraf gezien niet heel gek dat ik zo depressief ben geweest al die jaren. Ik was niet bezig mezelf te ontplooien; ik was bezig een beeld te creëren, waarvan ik dacht, dat dat liefde en trots verdiende. Een constante teleurstelling bleek ik. Een imposter. Een persoon die ik helemaal niet was, de ware ik permanent onderdrukkend. De vermoeidheid en fysieke ongemakken negerend. Alle alarmsignalen onderdrukkend.
Zelfs als mijn moeder mij fijn knuffelde en zei dat ze onvoorwaardelijk van mij hield, kon ik haar niet geloven. Ik wilde wel -echt!-, maar het lukte me simpelweg niet. Trots zijn op mezelf kende ik niet echt; het voelde meer als een laatje dat dicht kon, om vervolgens die ruimte in mijn hoofd te gebruiken voor de zorgen van morgen. En de week daarop. En praktisch de komende 5 jaar. Joe.
Ik moet eigenlijk grijnzen als ik dit zo schrijf… Meid. Wat had je verwacht dat er zou gebeuren?! Ik was in een disfunctionele destructieve loop beland, waar ik vrijwel mijn hele pubertijd en volwassen leven in ben meegezogen. Dat wil ik niet meer. Al heel lang niet, maar ik wist -en nog steeds vaak- niet wat ik moest doen om de cirkel te doorbreken. De diagnose autisme was voor mij niet een zogenoemde “bevrijding” of “opluchting”, zoals andere vrouwen met ASS het vaak omschrijven. Voor mij was het weer een probleem erbij. Eentje die ik zelf moest oplossen en vooral niet moest tonen; ik schaamde mij er dood voor.
Vele keuzes heb ik hierop gebaseerd. Op de persoon die ik zou wíllen zijn. Niet de persoon die ik bén. Wie ik was -en ben-, is een raadsel. Even het autistisch kader toepassend: Ben ik de persoon met de maskers? Of zonder? Heet het zelfmedelijden of zelfmededogen? Is het egoïstisch of kiezen voor jezelf? Is het lui of moe? Stel ik mij aan of voel ik me echt ziek? Zeur ik of geef ik mijn grenzen aan? Stel ik te hoge eisen of vind ik het echt niet leuk? Ja of nee? Goed of fout? Zwart of wit?
Grijs.
Het is grijs. Elke situatie heeft andere kenmerken. Het was niet te doen om blauwdrukken te maken voor elke situatie, hoe stug mijn breen dat ook bleef proberen. Ik kan nooit alle blaadjes van de boom zien. Welkom in het leven. Het leven is dan ook niet bepaald een feest voor mij.
En nu? Een paar -achteraf gezien- autistische burn-outs, te veel therapieën en depressies, en vooral heel veel jaren verder; er lijkt iets door te dringen. Iets van mijn ware ik. Niet af en toe aan de oppervlakte, maar meer permanent. De rouw -om wat was of juist niet- en het vooruitkijken wisselen zich in hoog tempo af. Ik heb vaak nog geen idee van wie ik ben, wat ik doen moet of voel. Vanwege mijn alexithymie -herkennen van mijn emoties-, had ik daar sws al moeite mee. Dat zal wel een ding blijven; autisme gaat tenslotte ook niet weg. Jammer. Maar ach, soms is het oké…
Een van de meest menselijke eigenschappen is tegenwoordig wel te verdragen zo nu en dan… Ambivalentie. Om even te refereren naar het zwart-witte kader dat ik eerder al benoemde: mijn breen vindt dat bijzonder ingewikkeld. Het voelt echt als een constante strijd met een scheidsrechter die eigenlijk ook geen idee heeft. Bijzonder vermoeiend.
Het voelt hypocriet. Nog zo’n menselijke eigenschap waar ik niet aan ga ontkomen: iedereen is op een bepaald aspect in het leven hypocriet. Dat zou voor mij betekenen dat ik een deel van mijn emoties miss helemaal niet hoef te onderdrukken. Ik ben niet lui als ik een stap terugzet. Ik faal niet als ik iets niet haal. Mijn grenzen aangeven betekent niet dat ik iemand meteen teleurstel. Ik kan intens van iemand houden en tegelijkertijd heel boos op ze zijn. Ik mag blij zijn voor een ander en verdriet hebben om mijn gemis. Er wordt echt van mij gehouden, ook al heb nare eigenschappen of de top niet gehaald.
Ik kan zo nog wel even doorgaan… Het een sluit het ander niet uit. Het kan naast elkaar bestaan. In theorie heb ik dit altijd wel geweten, maar poeh, om dat dan echt zo te ervaren! Bijna niet te doen. Ik moet nog flink oefenen. Zolang ik het maar voor mezelf doe, dan is het begin er hoe dan ook :)
Ambivalentie.
Mijn woord van het jaar.