Ik kijk in de spiegel, een vreemde staart mij aan,
Onze blikken kruisen, een felle blik, vijandig, het kan mij onmogelijk ontgaan.
Scherpere lijnen, schouders recht, kin omhoog, volwassen,
Is dit nu de zoveelste mal om in te moeten passen?
Mezelf dwingend te blijven kijken, zie ik een glimp kwetsbaar verlangen,
Eveneens een angst om niet meer in het pijnlijke verleden te blijven hangen.
Zij en ik, hoe kunnen wij onze krachten binden?
Een fiere wand van kwetsbaarheid, dat is wat ik zou willen vinden.
Een kasteel van reflecties en spiegelbeelden is mijn uiteindelijke domein,
De rust permanent aanwezig, als een nieuwe staat van zijn.
17 juli 2026