doorvlinderen
Gedichten

Schaduwleven

Onrecht, onvoorzien. Als een misselijkmakende golf spoelt het over mij heen,
Ik heb het recht niet te klagen, ik ben immers toch niet vel over been?
Wolken pakken zich samen, niets is meer wat het lijkt,
Ik zie enkel duisternis om mij heen, zo ver het oog reikt.
Bossen zo donker en vleugels gebroken bij elke vlinder,
Haastig op zoek naar de normale weg, maar niets anders vindend dan ernstige hinder.
Brandende schaamte vreet zich een weg via mijn hart omhoog,
Weggedrukte pijn; mij verwijtend dat ik tegen mezelf en anderen loog.
Mijn zwartste diepten; wil ik wel echt dat iemand mij begrijpt?
Of houd ik mijzelf liever in een mantel gehuld waar niets is wat het lijkt?
Onmacht. Het lijdend moeten toezien dat een nachtmerrie volgt op elke vreugdevolle droom,
Opgeven. Een begrip dat dan toch is uitgesloten zonder enige schroom.
Verdergaan, met opgeheven hoofd, wetend dat ik nooit iemand zou kunnen binnenlaten,
Men snapt überhaupt al niet waarom ik mijzelf zou haten.
De storm passeert en de rust keer weer voor een dag of wat,
De schipbreukeling spoelt aan en vervolgd in al zijn pijn en gemis opnieuw zijn pad.

23 juni 2019